
Koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het Ministerie van Landsverdediging
OFFICIEUZE GECOORDINEERDE VERSIE
Koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het Ministerie van Landsverdediging
(gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 6 oktober 2004,
in werking getreden op 6 oktober 2004, met uitzondering van
in werking getreden op 6 oktober 2004, met uitzondering van
de artikelen 4, § 2, en 8, tweede lid, die nog niet in werking zijn getreden)
Inhoudstafel
HOOFDSTUK I. – Toepassingsgebied en definities.
Art. 1-2
HOOFDSTUK II. – Oprichting, samenstelling en opdrachten.
Art. 3-5
HOOFDSTUK III. – Actieplan.
Art. 6-6bis
HOOFDSTUK IV. – Slotbepalingen.
Art. 7-10
Wijzigingen
- Art. 2, 4°, art. 4, art. 5, § 1, en art. 6bis (KB van 16-01-2007, gepubliceerd op 05-02-2007)
- Art. 5, § 1, 2° (KB van 19-03-2007, gepubliceerd op 28-03-2007)
Tekst
Albert II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 37 van de Grondwet;
Gelet op de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, inzonderheid op de artikelen 16, laatste lid, en 17, tweede lid;
Gelet op de adviezen van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 en 12 maart 2004;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting, gegeven op 6 mei 2004;
Gelet op advies 37.446/1 van de Raad van State, gegeven op8 juli 2004, overeenkomstig artikel 84, § 1, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Ambtenarenzaken en Onze Minister van Duurzame Ontwikkeling en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers;
Hebben Wij besloten en besluiten Wij:
HOOFDSTUK I. – Toepassingsgebied en definities
Artikel 1. Vallen onder de toepassing van dit besluit:
1° de volgende federale overheidsdiensten:
a) de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister,
b) de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie,
c) de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole,
d) de Federale Overheidsdienst Informatie- en Communicatietechnologie,
e) de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
f) de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken,
g) de Federale Overheidsdienst Financiën,
h) de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer,
i) de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg,
j) de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid,
k) de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu,
l) de Federale Overheidsdienst Justitie,
m) de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie;
2° de volgende programmatorische federale overheidsdiensten:
a) de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie, Armoedebestrijding en Sociale Economie,
b) de Programmatorische Federale Overheidsdienst Wetenschapsbeleid,
c) de Programmatorische Federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling;
3° het ministerie van Landsverdediging.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° “dienst”: elke overheidsdienst, alsmede het Ministerie van Landsverdediging, die onder het toepassingsgebied van dit besluit valt;
2° “leidend ambtenaar”: de voorzitter van het directiecomité van een federale overheidsdienst of de voorzitter van het directiecomité van het Ministerie van Landsverdediging of de voorzitter van een programmatorische federale overheidsdienst;
3° “duurzame ontwikkelingseffectbeoordeling”, hierna “DOEB” genoemd: de methode(s) voor het bestuderen door de diensten van mogelijke sociale, economische en leefmilieueffecten van een voorgesteld beleid vooraleer de uiteindelijke beslissing genomen wordt;
4° “actieplan ”: het actieplan inzake duurzame ontwikkeling dat door elke dienst elk kalenderjaar wordt opgesteld en dat omvat:
a) een lijst van de maatregelen van het lopende Federaal Plan inzake Duurzame Ontwikkeling waarvan de uitvoering aan de dienst is toevertrouwd en de wijze waarop hieraan tijdens het betreffende kalenderjaar uitvoering zal worden gegeven;
b) een lijst van andere maatregelen inzake duurzame ontwikkeling die door de dienst in het betreffende kalenderjaar zullen worden uitgevoerd overeenkomstig de beleidslijnen van de minister of de ministers die bevoegd zijn voor de dienst;
c) een lijst van de types van beslissingen waarop een DOEB zal worden uitgevoerd;
(KB 2007-01-15, art. 1; Inwerkingtreding : 15-02-2007)
d) de maatregelen op het vlak van interne milieuzorg van de dienst die tijdens het betreffende kalenderjaar zullen worden uitgevoerd;
5° “kennismanagement”: het op systematische wijze beheren van de verzameling, opslag en verspreiding van bestaande en nieuwe informatie en kennis, noodzakelijk voor het functioneren van de diensten, inzake duurzame ontwikkeling.
HOOFDSTUK II. – Oprichting, samenstelling en opdrachten
Art. 3. In elke dienst wordt een cel duurzame ontwikkeling opgericht onder het gezag van de leidend ambtenaar.
Art. 4. De cel duurzame ontwikkeling heeft de volgende opdrachten:
1° het opstellen van een ontwerp van actieplan voor haar dienst;
2° het uitvoeren van een DOEB of het coördineren van de uitvoering van een DOEB op beslissingen overeenkomstig het actieplan;
3° het sensibiliseren van haar dienst rond duurzame ontwikkeling;
4° de interne coördinatie van de uitvoering van de maatregelen van het lopende Federaal Plan inzake Duurzame Ontwikkeling die aan haar dienst zijn toevertrouwd krachtens dit plan;
5° het ondersteunen van de vertegenwoordigers van de federale regering bij het opstellen van het rapport bedoeld in artikel 16, derde lid, van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling;
6° het vertegenwoordigen van haar dienst in de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit van 1 december 1998 tot vaststelling van de algemene regels betreffende de organisatie en de werking van de Interdepartementale Commissie Duurzame ontwikkeling;
7° het ondersteunen van de Task Force Duurzame Ontwikkeling van het Federaal Planbureau bij het opstellen van het Federaal Rapport inzake Duurzame Ontwikkeling door het leveren van gegevens en informatie;
8° het verspreiden binnen haar dienst van elk Federaal Rapport inzake Duurzame Ontwikkeling;
(KB 2007-01-15, art. 2; Inwerkingtreding : 15-02-2007)
9° het opvolgen van de duurzaamheid van de overheidsopdrachten van de dienst;
10° het opvolgen van de uitvoering van het beleid inzake interne milieuzorg van de dienst.
Art. 5. § 1. De cel duurzame ontwikkeling is een werkgroep die minimum uit de houders van de volgende functies is samengesteld:
1° de vertegenwoordiger van het lid van de regering of de vertegenwoordigers van de leden van de regering in de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling die bevoegd zijn voor de dienst;
(KB 2007-03-28, art. 33; Inwerkingtreding : 07-01-2007)
2° de vertegenwoordiger bedoeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit [van 19 maart 2007] houdende vaststelling van de regels inzake de organisatie en de werking van de Interdepartementale Commissie Duurzame ontwikkeling;
3° de adviseur voor intern milieubeheer van de dienst;
4° een verantwoordelijke voor de begroting van de dienst;
5° een verantwoordelijke voor het aankoopbeleid van de dienst;
(KB 2007-01-15, art. 1; Inwerkingtreding : 15-02-2007)
6° een verantwoordelijke voor het communicatiebeleid van de dienst.
§ 2. Wanneer de behoeften van de dienst dit rechtvaardigen kunnen er personeelsleden als lid worden toegevoegd aan de cel duurzame ontwikkeling.
§ 3. Het lid bedoeld in artikel 5, § 1, 2°, is belast met de coördinatie van de cel duurzame ontwikkeling.
(KB 2007-01-15, art. 3; Inwerkingtreding : 15-02-2007)
§ 4. In de diensten bedoeld in artikel 1, 1° en 2°, a) en b), en met uitzondering van de leden bedoeld in § 1, 1° en 2°, worden de leden van de cel duurzame ontwikkeling aangewezen door het directiecomité van de dienst.
In de diensten bedoeld in artikel 1, 2°, c), en 3°, en met uitzondering van de leden bedoeld in § 1, 1° en 2°, worden de leden van de cel duurzame ontwikkeling aangewezen door de leidend ambtenaar.
§ 5. De leidend ambtenaar stelt het huishoudelijk reglement van de cel duurzame ontwikkeling van zijn dienst vast.
HOOFDSTUK III. – Actieplan
Art. 6. Op basis van het ontwerp bedoeld in artikel 4, 1°, stelt het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, de leidend ambtenaar het actieplan voor het betrokken kalenderjaar op en dit uiterlijk op 31 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Een eerste actieplan wordt vastgesteld voor het kalenderjaar 2005.
(KB 2007-01-15, art. 4; Inwerkingtreding : 15-02-2007)
Art. 6bis. Voor 31 januari van het betreffende kalenderjaar wordt het actieplan overgemaakt aan de Voorzitter van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling en aan de Secretaris van de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling, bedoeld in artikel 16 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling.
HOOFDSTUK IV. – Slotbepalingen
Art. 7. Het secretariaat van de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling is belast met het kennismanagement, noodzakelijk voor het functioneren van de federale overheidsdiensten, inzake duurzame ontwikkeling.
Art. 8. De Programmatorische Federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling is ermee belast de methodes omtrent de DOEB te operationaliseren en deze ter beschikking te stellen van elke dienst.
De Programmatorische Federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling is belast met de kwaliteitsmonitoring van de implementatie van de DOEB in elke dienst.
De Programmatorische Federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling is belast met de uitwerking van een methode voor het opstellen van het actieplan en met het ondersteunen van elke cel duurzame ontwikkeling bij het opstellen van het actieplan van haar dienst.
De Programmatorische Federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling is belast met de uitwerking van een sensibilisatiestrategie rond duurzame ontwikkeling.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 4, 2°, en artikel 8, § 2, die in werking treden op de door Onze Minister bevoegd voor duurzame ontwikkeling te bepalen datum.
Art. 10. Onze Ministers zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 september 2004.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
G. VERHOFSTADT
De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Mevr. L. ONKELINX
De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
D. REYNDERS
D. REYNDERS
De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting en Overheidsbedrijven,
J. VANDE LANOTTE
J. VANDE LANOTTE
De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
P. DEWAEL
De Minister van Buitenlandse Zaken,
K. DE GUCHT
K. DE GUCHT
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
A. FLAHAUT
De Minister van Economie, Energie
Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid,
M. VERWILGHEN
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
R. DEMOTTE
De Minister van Middenstand en Landbouw,
Mevr. S. LARUELLE
Mevr. S. LARUELLE
De Minister van Werk,
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
Mevr. F. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Ontwikkelingssamenwerking,
A. DE DECKER
A. DE DECKER
De Minister van Ambtenarenzaken,
Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijken Kansen,
C. DUPONT
Maatschappelijke Integratie, Grootstedenbeleid en Gelijken Kansen,
C. DUPONT
De Minister van Mobiliteit,
R. LANDUYT
R. LANDUYT
De Minister van Leefmilieu en van Pensioenen,
B. TOBBACK
B. TOBBACK
De Staatssecretaris voor Informatisering van de Staat,
P. VANVELTHOVEN
P. VANVELTHOVEN
De Staatssecretaris voor Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de Fiscale Fraude,
H. JAMAR
H. JAMAR
De Staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging,
V. VAN QUICKENBORNE
V. VAN QUICKENBORNE
De Staatssecretaris voor Europese Zaken,
D. DONFUT
D. DONFUT
De Staatssecretaris voor Duurzame
Ontwikkeling en Sociale Economie,
Mevr. E. VAN WEERT
Ontwikkeling en Sociale Economie,
Mevr. E. VAN WEERT
De Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een Handicap,
Mevr. G. MANDAILA MALAMBA.
Mevr. G. MANDAILA MALAMBA.
Terug





