
Inleiding
De Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling, hierna ICDO genoemd, werd opgericht door de Wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federaal beleid inzake duurzame ontwikkeling, hierna de Wet van 5 mei 1997 genoemd (Belgisch Staatsblad, 18 juni 1997). Zij vatte haar activiteiten aan op 11 september 1997 en publiceerde ondertussen reeds vijf jaarrapporten die kunnen geconsulteerd worden op de website http://www.ICDO.fgov.be
1.1 Opdrachten en omgevingsfactoren
Volgens de Wet van 5 mei 1997 ligt de belangrijkste opdracht van de ICDO in de voorbereiding en de opvolging van het vierjaarlijks Federaal plan inzake duurzame ontwikkeling (hierna Plan genoemd). De ICDO draagt de eindverantwoordelijkheid voor het opstellen van een voorontwerp van Plan, waarrond een brede raadpleging wordt georganiseerd. Ze verwerkt de ontvangen adviezen en opmerkingen en herwerkt het voorontwerp op basis hiervan tot een ontwerp van Plan. Dat ontwerp legt ze vervolgens voor aan de ministerraad. Het is uiteindelijk de Koning die het Plan vaststelt bij een in ministerraad overlegd besluit. Het eerste Federaal plan inzake duurzame ontwikkeling 2000-2004 werd goedgekeurd door de regering midden 2000. Het tweede Plan dient in 2004 door de regering vastgesteld te worden.
Via onder meer de coördinatie van de jaarlijkse verslagen van haar leden over het beleid inzake duurzame ontwikkeling en over de uitvoering van het Plan in de federale overheidsdiensten en publieke instellingen, zorgt de ICDO voor de opvolging van de uitvoering van het Plan. De ICDO stelt ten slotte jaarlijks voor 31 maart een rapport op over haar werkzaamheden van het voorbije jaar. Dat rapport wordt, samen met de rapporten van de leden, bezorgd aan de federale regering, de Wetgevende Kamers en de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO). Het is ook beschikbaar voor het grote publiek, via de ICDO-website.
Zowel voor de vlotte totstandkoming van het plan als voor de opvolging ervan, bouwt de ICDO, voornamelijk via haar leden, aan structurele samenwerkingsverbanden met de verschillende federale overheidsdiensten en overheidsinstellingen. Eenzelfde samenwerking wordt, weliswaar rekening houdend met ieders bevoegdheden, nagestreefd met de gewesten en gemeenschappen, via de binnen de ICDO opgenomen vertegenwoordigers van de gewest- en gemeenschapsregeringen.
Een in 2002 opgedoken omgevingsfactor, die de ICDO-werking in 2003 sterk heeft beïnvloed, betreft de Programmatorische federale Overheidsdienst Duurzame Ontwikkeling, hierna POD DO genaamd, die in het kader van de Copernicushervorming, door het Koninklijk Besluit van 25 februari 2002 opgericht werd. Deze Programmatorische Overheidsdienst vervoegt de reeds binnen de Wet van 5 mei 1997 vermelde actoren en kreeg de volgende opdrachten :
- de voorbereiding van het beleid inzake duurzame ontwikkeling;
- de coördinatie van de uitvoering van het beleid inzake duurzame ontwikkeling;
- de terbeschikkingstelling van expertise.
De uitoefening van die opdrachten dient volgens artikel 2 van het oprichtingsbesluit evenwel te gebeuren 'onverminderd de opdrachten die aan de ICDO en aan het Federaal Planbureau door de Wet van 5 mei 1997 toegekend zijn'.
Het Koninklijk Besluit van 2 april 2003 tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 9 januari 2000 tot bepaling van de algemene regels van de raadpleging van de bevolking over het voorontwerp van federaal plan inzake duurzame ontwikkeling, wijst de POD DO aan als organisator van deze raadpleging. Hierdoor krijgt de POD DO ook een belangrijke rol binnen de ganse problematiek van sensiblisatie, informatie en vorming betreffende duurzame ontwikkeling. In de federale regeringsverklaring van 14 juli 2003 stelt de nieuwe federale regering dat 'milieu, mobiliteit en duurzame ontwikkeling centrale aandachtspunten worden van de actie van de nieuwe regering'.
Betreffende het beleid van duurzame ontwikkeling lezen we in deze verklaring : 'In de volgende legislatuur zal werk gemaakt worden van de uitvoering van het Federaal Plan Duurzame Ontwikkeling 2000-2004. Tevens zal een nieuw Plan voor de daaropvolgende vier jaar worden voorbereid. Hierin zal ook de Europese Duurzaamheidsstrategie en de slotverklaring van de wereldtop van Johannesburg in augustus 2002 worden vertaald.
In de diverse federale overheidsdiensten zullen 'cellen van duurzame ontwikkeling' opgericht worden, die alle belangrijke overheidsbeslissingen op hun effect inzake duurzame ontwikkeling zullen beoordelen. Dat mag evenwel nooit leiden tot een bijkomende vertraging in de besluitvorming. De vooruitgang van het beleid inzake duurzame ontwikkeling zal jaarlijks worden onderzocht door de ministerraad, op basis o.m. van een rapport van de Task- force van het Federaal Planbureau over duurzame ontwikkeling, van een verslag van de Interdepartementale Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (ICDO) over de uitvoering van het plan in elke administratie en elke federale instelling en een begeleidend advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling. Deze verslagen zullen aan het Parlement worden overgezonden.'
Op 3 oktober 2003 trof de ministerraad twee beslissingen die van belang zijn voor de verdere ICDO-werking. Een eerste beslissing betreft het verlengen van de looptijd van het eerste federaal plan duurzame ontwikkeling met drie maanden, zodat dit slechts afloopt op 18 december 2004. () De tweede beslissing betreft een wijziging van de samenstelling van de ICDO en van de manier waarop de ICDO een nieuw plan voorbereidt via een aanpassing van het Koninklijk Besluit van 1 december 1998 tot vaststelling van de algemene regels betreffende de organisatie en de werking van de Interdepartementale Commissie Duurzame Ontwikkeling (zie activiteitenrapport 2003).





